Welke vraagstukken onderzoek je met Oppervlaktewateranalyse in QGIS?
- Welke ruimtelijke kenmerken van een stroomgebied kunnen bijdragen aan wateroverlast na hevige neerslag?
- Hoe hangen stroomgebieden, afwateringspatronen en riviernetwerken met elkaar samen?
- Welke bovenstroomse gebieden dragen bij aan de afwatering richting een bepaalde waterloop?
- Waar kunnen hoogteverschillen en afwateringspatronen wijzen op mogelijke knelpunten of erosiegevoelige locaties?
- Hoe beïnvloeden bodem, landgebruik en terreinhoogte de afvoer van oppervlaktewater binnen een stroomgebied?
Tijdens deze Blended Learning leer je hoe je deze vraagstukken ruimtelijk onderzoekt met QGIS. Je combineert digitale hoogtebestanden (DEM’s), open geodata en hydrologische analysetechnieken om stroomgebieden, afwateringspatronen en riviernetwerken inzichtelijk te maken. Je leert ruimtelijke patronen herkennen, analyseresultaten interpreteren en mogelijke aandachtspunten voor oppervlaktewaterbeheer zichtbaar te maken.
De theorie achter oppervlaktewatersystemen
Een goede oppervlaktewateranalyse begint met inzicht in de werking van oppervlaktewatersystemen. Je leert hoe neerslag kan afstromen, hoe stroomgebieden worden afgebakend en welke rol waterscheidingen, riviernetwerken, afwatering en retentie spelen binnen een watersysteem.
Daarnaast verdiep je je in hydrologische processen zoals afstroming, infiltratie, piekafvoer, erosie en sedimenttransport. Je leert welke invloed hoogteverschillen, bodem en landgebruik hebben op deze processen en hoe geografische gegevens kunnen helpen om ruimtelijke patronen te verklaren.
Deze theoretische basis helpt je om de resultaten van QGIS-analyses beter te begrijpen en te interpreteren. Daarbij leer je ook onderscheid maken tussen wat met ruimtelijke gegevens kan worden onderzocht en welke vraagstukken aanvullende hydrologische gegevens of modellering vereisen.
Werken met open data en digitale hoogtebestanden
Een goede oppervlaktewateranalyse begint met geschikte en betrouwbare geografische gegevens. Daarom werk je met open datasets die relevant zijn voor waterschappen, provincies, gemeenten en adviesbureaus.
Je maakt onder andere kennis met het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN), Copernicus DEM, BGT, BRT, OpenStreetMap, waterloopgegevens en beschikbare KNMI-neerslaggegevens. Ook maak je kennis met de Klimaateffectatlas als aanvullende informatiebron voor watergerelateerde ruimtelijke vraagstukken.
Je leert hoe deze databronnen elkaar aanvullen en hoe je gegevens verzamelt, beoordeelt, combineert en visualiseert in QGIS. Daarbij besteed je aandacht aan verschillen in resolutie, nauwkeurigheid, actualiteit en ruimtelijke referenties.
Door verschillende datasets te combineren, bouw je een ruimtelijk beeld op van de huidige situatie binnen een stroomgebied. Dit vormt de basis voor het onderzoeken van afwateringspatronen, riviernetwerken en mogelijke hydrologische aandachtspunten.
Oppervlaktewater analyseren in QGIS
Na de theoretische basis ga je zelf aan de slag in QGIS. Je leert digitale hoogtebestanden voorbereiden en combineren met open geodata om de ruimtelijke kenmerken van oppervlaktewatersystemen te onderzoeken.
Je voert analyses uit naar stroomrichting (flow direction), stroomaccumulatie (flow accumulation), stroomgebiedafbakening (watershed delineation) en riviernetwerken. Daarbij leer je hoe raster- en vectoranalyses worden gebruikt om afwateringspatronen en bovenstroomse invloeden zichtbaar te maken.
Vervolgens combineer je deze resultaten met gegevens over bodem, landgebruik en waterlopen. Je onderzoekt welke gebieden op basis van de terreinhoogte naar dezelfde waterloop afwateren en waar ruimtelijke patronen kunnen wijzen op mogelijke knelpunten.
Je leert de resultaten kritisch te interpreteren en rekening te houden met de beperkingen van digitale hoogtebestanden en andere geografische gegevens. Zo ontwikkel je praktische vaardigheden om oppervlaktewatersystemen ruimtelijk te analyseren en de uitkomsten overzichtelijk te presenteren.
Van ruimtelijke analyse naar bruikbare informatie
Tijdens de Blended Learning werk je met realistische praktijkvoorbeelden en open datasets. Je onderzoekt oppervlaktewatersystemen zoals die relevant zijn voor waterschappen, provincies, gemeenten en adviesbureaus.
Je leert geografische gegevens combineren, ruimtelijke analyses uitvoeren en de resultaten vertalen naar kaarten en visualisaties die inzicht geven in de huidige situatie van een stroomgebied.
Je werkt onder andere aan opdrachten zoals:
- Onderzoek voor een waterschap de afwateringspatronen binnen een stroomgebied en breng mogelijke aandachtspunten voor wateroverlast in kaart.
- Analyseer voor een gemeente hoe hoogteverschillen en landgebruik samenhangen met de afvoer van oppervlaktewater.
- Breng voor een provincie riviernetwerken, waterscheidingen en bovenstroomse gebieden ruimtelijk in beeld.
- Onderzoek welke gebieden op basis van terreinhoogte en afwateringspatronen bijdragen aan de afwatering richting een beek of rivier.
- Combineer verschillende open datasets om mogelijke erosiegevoelige locaties en andere hydrologische aandachtspunten te herkennen.
- Maak voor een adviesbureau een overzichtelijke kaart en een korte toelichting waarin je de ruimtelijke kenmerken van een oppervlaktewatersysteem en de resultaten van je analyses presenteert.
Na afloop kun je met QGIS en open geodata oppervlaktewatersystemen ruimtelijk onderzoeken. Je kunt stroomgebieden afbakenen, afwateringspatronen en riviernetwerken analyseren, bovenstroomse invloeden zichtbaar maken en resultaten presenteren met kaarten en visualisaties.
Daarmee beschik je over praktische Geo-ICT-vaardigheden die bijdragen aan onderzoek en informatievoorziening binnen het oppervlaktewaterbeheer. Voor specialistische hydrologische modellering, het doorrekenen van klimaatscenario’s en het ontwikkelen van klimaatadaptatiemaatregelen is aanvullende verdieping nodig.